In volle actie

verschenen in Shoot magazine, n°67

Paarden fotograferen hoe begin je er aan ? Het lijkt eenvoudig, maar er komt heel wat bij kijken. Je kan natuurlijk met je camera naar de dichtstbijzijnde weide stappen, maar dan ? Hoe zorg je dat je dat paard mooi op de foto krijgt ? Zeker als het aan de andere kant van die weide staat met zijn achterste naar jou. En wat als je paarden in actie, sportpaarden, racepaarden wil vastleggen, waar moet je dan op letten, wat komt daar bij kijken. Kan je zomaar een hippodroom binnen stappen, kan je zomaar een camera mee nemen naar een event ? En wat voor camera neem je mee, welke lens schroef je er op, hoe stel je die camera in, … ? In dit artikel nemen we je stap voor stap mee, aan de hand van foto’s gemaakt voor Horse & Race magazine. Van de weide om de hoek naar de piste van Waregem Koerse.

Het belangrijkste is dat je steeds voor ogen moet houden dat je levende dieren vastlegt ! En best grote dieren, daar wil je geen trap van krijgen, daar wil je niet onder belanden. Het zijn rustige dieren, maar steeds opletten is de boodschap. Je kan best hun gedrag leren interpreteren, zo weet je of je welkom bent of niet. Ook een paard kan een slechte dag hebben & heeft dan liever geen pottenkijkers in de buurt. Je moet je vertrouwd maken met je onderwerp. De dieren echt leren kennen, kunnen inschatten hoe ze gaan reageren. Zo kan je ze makkelijk benaderen & dus mooi in beeld brengen.

Dieren durven benaderen

De eigenaar van het paard leren kennen, is een eerste stap, zo mag je misschien de weide betreden, kan je dichterbij komen. Je moet natuurlijk wel die stap durven zetten, maar echt schrik moet je niet hebben. De afstand die je behoudt, bepaal je zelf. Al kan je de meeste paarden gerust tot vlakbij benaderen & zelfs even over de kop wrijven bij wijze van begroeting. Ze vastleggen in hun natuurlijke habitat, in de weide, is het mooist. Opgesloten in een hok is maar zielig, al kan je ook daar een knap beeld maken, als je er bijvoorbeeld in slaagt om alle koppen terzelfdertijd in jouw richting te laten kijken. Of foto’s terwijl ze verzorgd worden. Wist je dat er speciale kappers bestaan voor paarden ?

Als die eigenaar een manege heeft, kan je groepjes paarden vastleggen, jaarlingen bijvoordbeeld, een merrie met veulen. Als het een kweker is, komen er nog mogelijkheden bij. Van het aftappen van sperma bij een hengst tot de geboorte van een veulen. Als het een trainer is, kan je ook dat gaan vastleggen. Dagelijkse oefenritjes, het aanleren van sprongen, … Er komt heel wat kijken bij een paard, dus er zijn heel wat facetten die je in beeld kan brengen. Ook de band tussen paard & eigenaar of de verzorger, de trainer. Die mensen zijn dagdagelijks met hun dieren bezig & dat merk je. Je kan de band tussen beide mooi vereeuwigen.

Eerst mensen dan dieren

Het komt er dus eigenlijk op aan eerst mensen te benaderen voor je de dieren zelf kan benaderen. Die dieren zijn nu éénmaal eigendom van iemand, staan op de eigendom van iemand. Dus moet je langs eigenaars of kwekers voor je echt de weide in kan. Hetzelfde geldt voor hippodromen en zeker voor events. Op de hippodromen van België kan je makkelijk zo je camera mee nemen, alleen blijf je dan echt letterlijk & figuurlijk aan de zijlijn staan. Terwijl je liever midden in de actie zit. Je staat liever aan de finish, dan dat je op de tribune zit. Zelfs al neem je een serieuze tele-toeter mee. En zomaar die piste oplopen dat doe je niet.

Zoals bij het benaderen van de dieren zelf, waarbij je de moeite neemt om die dieren te leren kennen; moet je hier de moeite nemen om het wereldje er rond te leren kennen. Ga dus naar hippodromen & neem je camera mee, leer mensen kennen, leer hoe het er aan toe gaat, wie welke verantwoordelijkheid draagt, leg contacten, … Zo kan je andere fotografen leren kennen, die je meenemen naast de piste, die je vertellen wat mag & wat niet, waar je kan gaan staan, waar je moet op letten. En ook wie wie is. Je eerst in werken in je onderwerp is altijd de eerste stap, anders wordt je gewoonweg niet toegelaten.

Een driver is geen jockey

Dat inwerken betekent in het geval van paardensport dat je natuurlijk de disciplines moet leren kennen, wat is het verschil tussen draf & galop bijvoorbeeld. Bij de eerste discipline spreken ze over drivers, bij de tweede over jockeys. Die eerste discipline rijdt niet met karretjes achter de paarden, maar met sulky’s. En dan is er natuurlijk nog monté, steeple, mennen, jumping, … allemaal andere takken, met andere regels, waar het er helemaal anders kan aan toe gaan. De wereld van de draf & galop liggen dicht bij elkaar, er wordt ook in dezelfde hippodromen wedstrijd gereden; jumping is een héél andere tak, met zijn eigen circuit.

Afhankelijk van die takken ga je de paarden op de één of andere manier vastleggen. Zelfs als je ze bij kwekers of eigenaars thuis gaat vast leggen, heb je voorkeuren. De manier waarop hun poten staan, de houding van hun kop, hoe hun oren staan, zijn allemaal belangrijke details voor die eigenaars. Als je een foto’s van mensen maakt, gaan ook die op allerhande details, hun kapsel bijvoorbeeld letten. Jij bent in eerste instantie met het totaal van het beeld bezig, het licht, de compositie, … en natuurlijk met de instelling van je camera; maar de details zijn minstens even belangrijk. Het licht kan magistraal zijn, de compositie perfect, maar als het een draf-wedstrijd is en het paard gaat net op het moment dat jij afdrukt in galop, is de foto waardeloos.

Actie bevriezen

In het algemeen geldt – niet alleen voor paardensport, maar ook voor andere sporten – dat actie wordt vastgelegd door ze te bevriezen. Een momentopname dus. Waarbij het er natuurlijk op aan komt hét moment te leren zien dat je moet vastleggen. Te weten wanneer je juist op de knop moet drukken. Niet te vroeg, niet te laat. Oefening baart kunst, dus geldt ook hier : hoe meer foto’s je maakt, hoe beter je er in wordt. Henri Cartier-Bresson zei : “Your first 10.000 photographs are your worst.” Verwacht dus niet dat je meteen na je eerste ritje naar een hippodroom met een droom van een foto thuis komt. Gewoon blijven schieten is de boodschap.

Anderzijds zegt niemand dat jij je ding niet mag doen. Wil jij het over een andere boeg gooien en de sport op een andere manier in beeld brengen, ga je gang. Het zijn tenslotte jouw foto’s. Het hangt er natuurlijk vanaf waarom je die foto’s maakt. Wil je ze kunnen verkopen aan de eigenaars van de paarden, dan zal je moeten zorgen dat ze bij hen in de smaak vallen. Maak je ze louter & alleen voor jezelf, dan bepaal jij je eigen regels, ook al vinden die eigenaren er dan niks aan. Dat is het mooie aan fotografie, noem het artistieke vrijheid, jij mag je eigen persoonlijke interpretatie van iets vast leggen. En er dus bijvoorbeeld voor kiezen om niet te bevriezen.

Lichtjes mee bewegen

Zelf vind ik dat door de actie te bevriezen je voor een stukje de actie juist verliest. Het wordt een compleet stilstaand beeld. Logisch, want je neemt 1 foto. Maar de illusie van actie gaat voor mij verloren in een beeld dat van links boven tot rechts onder volledig vast zit. Alles haarscherp. Ik krijg juist de indruk van beweging door bewegingsonscherpte toe te laten in een beeld. Hoe ver je daar in gaat, is terug een kwestie van oefenen (en smaak). Veel onscherpte geeft misschien veel actie weer, maar laat dan het onderwerp misschien niet meer tot zijn recht komen. Het wordt dus een kwestie van evenwicht zoeken. En vooral zoeken waar je de scherpte laat vallen & waar niet. Het paard hoeft er niet volledig scherp op te staan, maar bepaalde delen best wel.

Zelf kreeg ik best wel wat kritiek te slikken, want de norm is de actie bevriezen. Ook al hield ik anderzijds wel rekening met de regels. In draf bevoorbeeld zijn de paarden op het mooist op het moment dat ze met hun vier poten van de grond zijn. Dat ze even zweven. Liefst met mooi gestrekte poten. Dus dat wou ik ook. Maar dan gecombineerd met een lichtjes mee pannen. Een techniek die inhoud dat je de camera lichtjes mee beweegt tijdens de opname. En dat op het tempo van de paarden die je vast legt. Het komt er dus op aan de snelheid van die dieren goed in te schatten. Iets wat makkelijker lijkt op papier dan wanneer je echt aan de zijkant van de piste staat. Zo’n drafwedstrijd is gereden in anderhalve minuut, waarbij je twee keer een fractie van een seconde hebt om je paard vast te leggen als het twee keer langs je passeert.

De bocht in

Dat paard staat niet alleen op die foto. Jumping is een individuele sport, waarbij de deelnemers één na één hun parcours zo snel & zo foutloos mogelijk afleggen. Bij draf & galop wordt er echt tegen elkaar geracet. Er kan dus steeds vanalles gebeuren. Bij een eerste doortocht weet je bijna nooit wie de winnaar wordt, maar toch is die eerste doortocht al je eerste kans om die winnaar vast te leggen. Je krijgt maar twee kansen. Bij die eerste doortocht is de kans ook groot dat de deelnemers nog héél dicht op elkaar zitten. Bij een tweede is de kans groter dat ze al wat ruimer uit elkaar zijn gevallen. Al komen nek-aan-nek races tot de finish vaak voor. En kunnen anderzijds achteraf ook nog paarden gediskwalificeerd worden.

Naast andere deelnemers zijn er nog andere zaken waar je rekening moet mee houden. Dingen aan de andere kant van de piste die storend kunnen werken. Reclameborden, wagens, traktoren, mensen. De plaats waar je gaat staan & van waaruit je fotografeert is dus aller belangrijkst. Zelf ga ik graag in een bocht staan, omdat je ze daar mooi kan vastleggen bij het ingaan van die bocht. Als je de bocht net na de finisch neemt, heb je gelijk ook zicht op de laatste rechte lijn naar de eindstreep toe. Dan kan je ook een eventueel overwinningsgebaar van de driver of jockey vast leggen. Hoe ze de meet over gaan met een eindeloze glimlach op hun bemodderde gezicht.

Télé of andere toeters

Om dergelijke details te kunnen vast leggen, moet je die details natuurlijk zien (en terug leren héél snel te zijn). Ook al sta je vlak naast de piste, aan de buitenkant ervan, de race wordt gelopen langs de binnenkant van de piste. Dus je moet toch nog steeds de breedte van de piste te zien overbruggen. Een tele-lens is een must dus. Waarbij je je de vraag kan stellen wat je daarbij kiest : een zoom-lens of een vaste brandpuntafstand. Meestal betekent dat ook een keuze in lichtsterkte van die lens. En ook dat is een héél belangrijk facet, want de lichtomstandigheden bij races zijn meestal niet zo optimaal.

Er wordt buiten gereden. Dat betekent dat het weer alle kanten op kan. En dat je dus best op alle soorten van weer voorzien bent. Niet alleen voor je apparatuur, maar ook voor jezelf. Er is geen fun aan om te staan bevriezen langs de kant terwijl je wacht op de volgende race. Races zijn gelopen in anderhalve minuut, maar tussen die races zit makkelijk een half uur. Dat betekent dus dat koersdagen beginnen in de prille namiddag, terwijl het nog volop zon is; maar ’s avonds eindigen, in het halfdonker. Waarbij de latere races meestal de interessantere zijn. Dus naast een eventueel buitje, kan je te maken krijgen met tegenlicht (van een ondergaande zon). En krijg je te maken met het vallen van de avond, waarbij niet elke piste even goed verlicht is.

Lichtsterkte of zoom

De combinatie van minder licht gecombineerd met snelle actie maakt het je niet makkelijk. Het bevriezen van actie vraagt om korte sluitertijden & dus grote diafragma’s. Maar gebrek aan licht (het vallen van de avond) maakt dat dus steeds moeilijker, terwijl je natuurlijk wel een scherpe foto wil (of toch voldoende scherpte in die foto). Je kan daarbij natuurlijk terug vallen op ISO, maar ISO geeft ruis. En dat wil je natuurlijk ook beperken. Net zoals je onscherpte wil beperken & je dus liefst voor combinaties gaat van zo kort mogelijke sluitertijden, met zo groot mogelijke diafragma’s. En dus voor lichtsterke lenzen. Vaste lenzen zijn meestal lichtsterker dan zoomlenzen. Maar een stukje zoombereik is een groot voordeel natuurlijk, want er kan steeds vanalles gebeuren in zo’n wedstrijden. En dat kan dichterbij je zijn of verder van je af.

Meerdere lenzen mee hebben, lijkt dan misschien de oplossing, maar tijdens een race die gelopen is in anderhalve minuut verander je niet zomaar even van lens. Het risico dat je net het moment mist is te groot. Twee camera’s dan met twee lenzen. Maar ook van camera wisselen in het heetst van de actie is niet evident. Al zijn twee camera wel perfect om na de race met de tweede camera naar de finisch te stappen en foto’s te gaan maken van de winnaar. Dan kan je namelijk dichterbij komen, dan gaat het ook eerder over foto’s van mensen, de winnaar en zijn entourage. Naast de piste gaat het over actie-foto’s, het vastleggen van de paarden die in een flits gepasseerd zijn. Kortom, je bent best van alle markten thuis. Kan dus idealiter snel switchen tussen verschillende vormen van fotografie. En eventueel tussen verschillende camera’s.

Andere bellen (naast de toeters)

Dit betekent niet dat je niet met deze soort fotografie kan beginnen als je niet een tot de tanden bewapende fotograaf bent. Maar weet duidelijk dat de omstandigheden waarin je gaat fotograferen veel bepalen. En dus degelijkere aparatuur & degelijkere kennis van fotografie verlangen. Beide kan je mettertijd verwerven. Het zou spijtig zijn dat je ontgoocheld terug komt omdat je steeds met onscherpe beelden huiswaarts gaat. Of met rugpijn, want grotere lenzen (en steviger toestellen) brengen natuurlijk ook een serieuzer gewicht met zich mee. Zeker als je met twee camera’s gaat zeulen. Een goede draagriem (of harnas) is dan een goede investering. Een statief is ook mooi meegenomen. Een tripod zorgt voor de beste stabiliteit, gelet op die combinatie van korte sluitertijd & groot diafragma die je nastreeft; maar is minder mobiel. Een monopod biedt steun, maar biedt ook meer bewegingsvrijheid.

Dreamteam

Als ik een ideaal pakketje voor je mag bijeen dromen, dan zet ik je naast de piste met een full-frame camera met 70-200 mm lichtsterke lens, geschoefd op een makkelijke & snel inschuifbare monopod. Waarbij je je tussen de races door makkelijk kan bewegen met bijvoorbeeld een compacter spiegelloos toestel om de sfeer en dergelijke vast te leggen. Want laten we niet vergeten dat er natuurlijk ook naast de piste veel gebeurd. En het dus de moeite loont ook daar de camera op te richten. Een andere camera eventueel, maar zeker een andere lens, want met een 70-200 bereik je niet veel als je de ambiance van een tribune wil weergeven. Die 70-200 kan je dan weer wel gebruiken om er individuele koppen uit te halen, met de meest waanzinnige hoeden bijvoorbeeld, zoals het traditie is op Waregem Koerse.

Dreamticket

Om als fotograaf toegelaten te worden op dergelijke events moet je héél zeker contact opnemen met de organisatie. Heb je een speciale badge nodig, een armband in een bepaalde kleur of zelfs een vestje met specifiek opschrift. Dan kan er ook nog onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende fotografen. Je mag binnen, maar mag daarom nog niet overal komen, of overal foto’s van nemen. Op events – zoals Waregem Koerse – waar duizenden mensen op af komen, kan het niet anders dan dat er héél duidelijke regels gehanteerd worden, om alles vlot en accidentloos te laten verlopen.

Categorieën:Artikels, horse tales, kastart, TEXTbrouwerTags:

kastart

Kastaar, kapoen, kadé, kornuit, ... VORMgever & BEELDmaker met een gezonde dosis Wanderlust ;-)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s