Serengeti nights

Grote schedels verwelkomen ons aan de gate. Ze maken ons duidelijk dat we een andere wereld betreden. Onverschrokken rijden we door, langs aapjes, op naar het grote wild. Deze rit naar onze camp site is meteen onze eerste Game Drive. It’s a game, aldus Kip, onze gids, if you see animals, you win – if you don’t, they win. We hebben duidelijk geluk, we kunnen direct al beginnen schrappen in onze Big Five. Het is zelfs alsof we het grote lot gewonnen hebben, leeuwen, vlak bij de weg. Iets te dichtbij op een bepaald moment zelfs, we horen een luide brul, gevolgd door een gil vooraan in de truck. We kunnen onze ogen niet geloven & rijden dan even verder. Even maar. Want we zijn er, we mogen onze tenten opzetten. En dat op luttele honderden meters van die leeuwen daarnet !

“Het idee alleen al, slapen midden al dat wild”, slapen in de Serengeti, onze gids noemt het: het delen van de omgeving van de dieren, met die dieren. We houden kampvuur en vertellen dan ook ‘beestige’ verhalen. Maar naast de verhaaltjes voor het slapen gaan, krijgen we ook een hele reeks veiligheidsinstructies mee, voor als we ’s nachts naar het toilet moeten, de tent uit dus. Iedereen blijft echter braaf binnen, gewoon luisteren naar de geluiden van het wilde leven buiten. The Serengeti never sleeps ! De nacht is voor ons, mensen een moment van rust, wij gaan slapen, maar het leven gaat volop door natuurlijk, wij liggen in ons tentje terwijl hyena’s en leeuwen rondom ons op zoek zijn naar prooien. De songtekst ‘the lion sleeps tonight’ is dus alles behalve accuraat.

Op weg naar Tanzania stopten we in een zeepsteenfabriek, in Kenia nog. We kregen te zien hoe een stenen schaaltje werd omgetoverd in een dégradé van kleuren, waar een giraf werd in getekend. De Serengeti sunset aldus de man. Heel knap, maar waarschijnlijk veel te kleurrijk. Niet dus ! Terwijl de avond viel, en we onze tentjes opzetten, kregen we hier echt alle kleuren te zien, een verloop van orange, paars, geel, blauw. En zo viel de nacht over de Ngiri camp site. Ngiri = aardvarken, Pumba uit the Lion King. Die naam verwijst naar het woord voor dom in het Swahili. Echt slim komt Pumba in de film niet over inderdaad. Die nacht passeren er geen pumba’s op de camp site, maar wel zebra’s langs onze tenten, ’s morgens zien we hoopjes (uitwerpselen) op een 15 meter van onze tent. De volgende nacht passeren een drietal hyena’s op een 20 meter van ons kampvuur. Ze blijven even staan, kijken ons recht aan als we onze lamp op hen richten. En huppelen dan rustig verder. Niks aan de hand.

Categorieën:kastart, ReisdagboekenTags: , ,

kastart

Kastaar, kapoen, kadé, kornuit, ... vormGEVER & beeldMAKER met een gezonde dosis Wanderlust ;-)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s